Kerkgebouw

In 1907 werd de Paradijskerk van de oud-katholieke parochie van de H.H. Petrus en Paulus aan de Delftsevaart bouwvallig. De Rotterdamse oud-katholieke architect P.A. Weeldenburg kreeg de opdracht een nieuwe kerk aan de Nieuwe Binnenweg te bouwen en wel zo dat het interieur van de oude Paradijskerk aan de Delftsevaart uit 1719 er in zou passen.

In 1910 werd het nieuwe kerkgebouw ingewijd. Door deze verhuizing is het oude interieur in mei 1940 gespaard gebleven, doordat de kerk buiten het getroffen centrumgebied ligt. Het 18e eeuwse beeldhouwwerk in de Paradijskerk is daarom uniek in Rotterdam.

In de voorgevel van de Paradijskerk bevinden zich twee afbeeldingen. Geheel bovenaan is een mozaïek te vinden dat Christus voorstelt die de kinderen zegent. Boven de hoofdingang bevindt zich een engel die de armen uitstrekt boven de tekst 'Vrede zij ulieden'.

 

TORENS EN KLOKKEN

De twee torens van de kerk zijn 50 meter hoog. In de rechter bevinden zich de luidklokken. Zij dragen de namen: Petrus en Paulus (1960), Laurentius, Maria Magdalena en Jacobus Maior. 

De eerste luidklok werk in 1960 gegoten bij gelegenheid van het 50-jarig bestaan van de Paradijskerk en werd op 29 juni van dat jaar (patroonsfeest van Petrus en Paulus) geconsacreerd door mgr. Rinkel, aartsbisschop van Utrecht. 

De drie laatste klokken werden in 1999 toegevoegd en vormen wat klank betreft een bijzonder geluid. Deze klokken zijn vernoemd naar voormalige oud-katholieke kerken in Rotterdam: de HH. Laurentius en Maria Magdalenakerk (ook Oppertse Kerk genoemd) en de H. Jacobus (oud-katholieke statie in Delfshaven).

 

  Naam Toon    Diameter  Gewicht  Gieter  Gietjaar
Petrus en Paulus    A 1 92 cm 479 kg Eijsbouts 1960
2 Laurentius Cis 2 76,7 cm 287 kg Eijsbouts 1999
3 Maria Magdalena E 2 66 cm 190 kg Eijsbouts 1999
4 Jacobus Maior Fis 2 60 cm 147 kg Eijsbouts 1999

 

Paasklokken 2016 

 

 

ALTAARWAND

 

Het gemarmerde altaar is uit lindehout gesneden. Het geheel is in 1720-1725 vervaardigd door de Vlaamse 'meester beeldsnijder' Alexander Dominicus Pluskens en diens staf van ongeveer tien medewerkers. Het altaarschilderij stelt de verheerlijking van Christus op de berg voor en is geschilderd door H. M. Luns (1881-1942). Het fraaie tabernakel dateert uit 1720.

De reliëfs die links en rechts van het hoogaltaar zijn aangebracht, beelden de graanoogst en de druivenoogst uit. Het altaar wordt bekroond met een beeldengroep voorstellende Christus die Petrus de sleutels van het hemelrijk overhandigt. Beelden van Petrus (links) en Paulus (rechts) flankeren het altaarschilderij. Geheel links naast het altaar een beeld van Maria met het kind Jezus op haar arm en geheel rechts staat Jozef.

 

DOOPVONT

De doopvont, waarvan de maker onbekend is, werd vervaardigd aan het eind van de 17e eeuw. Het wit marmeren beeld stelt een kind voor dat een slang (symbool voor de macht van de duivel) vertrapt.

 

COMMUNIEBANK

De communiebank is in 1720-1725 uit eikenhout gesneden door Pluskens. Aan weerszijden houden twee levensgrote engelen een "kleed" over de bank gespannen. De figuurtjes tussen de panelen stellen de liefde, het geloof en de hoop voor. De vier panelen tonen de Ark van het Verbond en de Tafel met Toonbroden (verwijzingen naar de eucharistie), een pelikaan die haar jongen voedt met haar eigen bloed en het Lam Gods (symbolen voor Christus).

 

PREEKSTOEL

De preekstoel is in 1720-1725 eveneens door Pluskens gemaakt. Hij bevat afbeeldingen van de vier evangelisten: leeuw (Marcus), gevleugelde mens (Mattheus), os (Lucas) en adelaar (Johannes). Verder vinden we o.a. de vier grote kerkvaders van het westen: Gregorius, Augustinus, Ambrosius en Hiëronimus en op het klankbord ook nog Christus, Petrus en Paulus.

 

RAMEN

De glas in lood ramen zijn in 1910 vervaardigd door Louis Struys. De afbeeldingen in de ramen zijn van: Petrus, Johannes; Paulus, Willibrord, Thomas à Kempis en Augustinus.

 

PLAFOND

Het stucplafond wordt door veertien engelen gedragen. Bij het altaar: een duif (symbool voor de heilige Geest); in het midden van de kerk: een oog in een driehoek (symbool voor God de Vader, de Zoon en heilige Geest); boven het koor: muziekinstrumenten.

 

KOOR EN ORGEL

 

Op de koorbalustrade bevindt zich de harpspelende koning David. Hij was een vaardig harpspeler en schreef een aantal van de psalmen. Het beeld werd in 1720-1725 vervaardigd door Pluskens. 

 

 

Het orgel in de Paradijskerk is in 1720-1721 gebouwd door Matthias Verhofstad uit Gemert. De eiken orgelkast werd door de Vlaming Pluskens rijk versierd met snijwerk. Het orgel werd in 1827 en 1857 gerestaureerd door de firma Bätz.In 1910 werd het orgel overgebracht naar de kerk aan de Nieuwe Binnenweg. Het ontsnapte daardoor aan het bombardement van het centrum van Rotterdam in mei 1940. In 1972 werd het orgel opnieuw gerestaureerd. In 2007 heeft een groot onderhoud aan het orgel plaatsgevonden.

 

SCHILDERIJEN

In de rechter beuk bevindt zich een schilderij dat de aanbidding van het kind Jezus door de drie wijzen voorstelt. Het schilderij is afkomstig uit de school van de Vlaamse schilder Jordaens (1593-1678).

Het schilderij in de linker beuk is eveneens van de school van Jordaens. Het stelt de legende van Veronica voor: zij wiste het gelaat van Christus met een doek af toen Hij op weg was om gekruisigd te worden.

Onder het koorbalkon hangt een schilderij uit 1888 van Karl H.W. Stockmeijer (1858-1930). Het stelt Petrus voor die berouw heeft nadat hij Christus driemaal heeft verloochend.

Tegenover dit schilderij hangt een anonieme 17e-eeuwse kopie van een schilderij getiteld 'De Emmaüsgangers'. Het is geschilderd in de stijl van de Italiaanse schilder Caravaggio (1570-1610).

Rechts van de hoofdingang hangen twee ikonen met respectievelijk Maria en Jozef, ieder met Jezus bij zich.

 

BEZICHTIGING

De kerk is regelmatig geopend, klik hier voor meer informatie.